Maas en Waal spreekt over samenwerking tussen gemeenten, bedrijfsleven en erfgoedinstellingen


De overheid, het bedrijfsleven, erfgoedinstellingen en de toeristische sector lieten zich vrijdagmiddag 9 december door deskundigen inspireren over ontwikkelingskansen in Maas en Waal. De Maas&Waal CultuurExpress bracht hen allen samen omdat zij gelooft dat door samenwerking en kruisbestuiving een wereld vol mogelijkheden en verrassingen kan ontstaan. Het feit dat ruim 70 personen de inspiratiebijeenkomst bijwoonden bewijst dat er veel Maas&Walers ook in deze mogelijkheden geloven.

Vrijdag 9 december 2016

De Korenmolen te Maasbommel

Na een welkomstwoord en vooruitblik op het programma van Arnold de Kock, voorzitter van de Maas&Waal CultuurExpress, neemt de dagvoorzitter, professor Dolly Verhoeven, de microfoon ter hand. De hoogleraar Gelderse en Nijmeegse geschiedenis verzorgt de presentatie vanmiddag en introduceert de vijf sprekers die een inspirerende presentatie zullen geven. Hierna staat een paneldiscussie en peiling op het programma. De sprekers hebben daarvoor een aantal prikkelende stellingen geformuleerd.

Trots op Maas en Waal

Prof. Verhoeven warmt de aanwezigen op met enkele vragen. Wat maakt hen trots op Maas en Waal? Uit de zaal klinken antwoorden als de openheid van de mensen, het grote aantal zaken dat er te doen is en het prachtige landschap. Ook vraagt Verhoeven zich af of het gebied tussen de rivieren, met zoveel grenzen, een eenheid is. Eenheid of niet, de aanwezigen lijken in ieder geval zijn samengekomen om eenheid te creëren.

‘Erfgoed duurzaam goed. Ontwikkeling als buitenkans om het unieke karakter van Maas en Waal te versterken’, door Drs. Ferdinand van Hemmen, landschapshistoricus.

De eerste spreker is landschapshistoricus Ferdinand van Hemmen. Van Hemmen spreekt gepassioneerd over de identiteit van de dorpen en de streek en hoe deze de inwoners trots maakt. Van Hemmen benadrukt dat erfgoed kan mee dijen met vernieuwing en ontwikkeling. Het bouwen van bruggen lijkt moeilijk. Komt dat door een wirwar van identiteiten? Volgens de landschaphistoricus is er passie nodig om een visie, of waardeketen, te ontwikkelen waarbij iedereen zich goed voelt. Deze moet ook door de overheid onderschreven worden. 

“De bijzondere ligging van Maas&Waal in de rivierendelta van Nederland biedt extra mogelijkheden voor toerisme en recreatie”, door Richard de Bruin, directeur van het Regionaal Bureau voor toerisme Rivierenland.

Na de geschiedkundige les over het landschap van Maas&Waal neemt Richard de Bruin de aanwezigen mee in zijn wereld van toerisme en recreatie waar het vertellen van een uniek verhaal de kern lijkt te zijn van jezelf op de kaart zetten. De Bruin adviseert om de losse dorpen langs de rivieren samen te brengen door het grotere verhaal te vertellen: dat van het leven tussen de rivieren, het omgaan met water in het verleden, heden en de toekomst. En volgens De Bruin is het mooie aan dit thema dat het actueel is én blijft: interessant dus voor toeristen, ook van buiten Nederland.

We hebben alles al

Volgens de Bruin hoeven we onszelf alleen nog maar te verkopen, want alles om te laten zien is er al. ‘We hebben de kastelen, de dijken en de rivieren. Alleen vertellen we dat alleen onszelf, en vergeten we het aan de rest te vertellen!’ Dat storytelling moet volgens De Bruin nu echt van de grond komen.

Eén van de ondernemers in de zaal wil van De Bruin graag weten waar de potenties van ons gebied liggen. Volgens de Bruin is er een tekort aan kwalitatieve dagrecreatie. ‘Als Maas en Waal krachtiger wil worden moet de overnachtingcapaciteit vergroot worden. Bovendien moeten we toeristen voldoende reden geven om naar deze streek te komen.’ Dat kan, zoals De Bruin al eerder verkondigde, met behulp van goede storytelling.

Prof. Verhoeven is benieuwd of het verhaal van het water onder de aanwezigen een gedragen verhaal is. Want het verhaal moet ook uitgedragen worden om er een ander van te kunnen overtuigen. De Bruin bevestigt dat dat nodig is om het te kunnen verkopen. ‘Elke ondernemer moet dat verhaal eigenlijk meenemen in zijn business.’

3.      ‘Gezamenlijke activiteiten versterken de vrijetijdseconomie’, door Wim Hoezen, bestuursondersteuning Stichting Maasmeanders (gemeente Oss).

Hoezen vertelt in zijn presentatie hoe Stichting Maasmeanders de -voor ons- andere kant van de Maas op de kaart zet. Hoezen opent zijn verhaal met een cliché: ‘De kip met het gouden ei slacht je niet, die koester je’. En dat doe je volgens Hoezen door samenwerking: door ondernemers met elkaar te verbinden en arrangementen op te stellen. Dat leidt tot meer omzet. Hoezen weet dat het zware tijden zijn. ‘Het vinden van aansluiting in de regio is nodig, anders redden we het niet!’

Versterk de beleving

Hoezen heeft het belang van storytelling aan de andere kant van de Maas al ondervonden. Ook daar probeert men de streek op de kaart te zetten met behulp van een verhaal. Gewerkt wordt met drie thema’s: 1. De Maas als Culturele rivier, 2. als Gezonde rivier en 3 als Culinaire rivier. Een mooi voorbeeld hierbij is: “Kunst aan de Maas”. Voor dit evenement, dat voor zo’n 15.000 extra bezoekers zorgt, maken kunstenaars een werk dat geïnspireerd is op het verhaal van de Maas. De kunstwerken staan vier maanden in het landschap. Volgens Hoezen is het belangrijk als ondernemer in te spelen op het belang van de consument. ‘Je moet de beleving van het verhaal versterken door mensen dit te laten ervaren, voelen, ruiken, proeven, horen en zien.’

Maas&Waal biedt volop mogelijkheden voor de overheden, erfgoedinstellingen en het bedrijfsleven door maximale samenwerking’, door Rob Ansen, bestuurslid Ondernemend Maas en Waal.

Rob Ansen doet in zijn presentatie een handreiking naar de culturele instellingen om samen te werken en zo iets voor elkaar te kunnen betekenen. Hij pleit ervoor de aanwezige grenzen te slechten. Een kritische noot vanuit de zaal van Harry Keereweer van Stichting Baet en Borgh. Hij wil graag weten wat Ansen dan van de culturele instellingen vraagt, ‘Want er zijn toch al samenwerkingsverbanden?’

Van eilandjes naar collectiviteit

Ansen proeft dat de initiatieven daartoe nu vaak vanuit de ondernemers komen en zou graag zien dat dit vanuit alle partijen komt. De ondernemer hoopt de collectiviteit in Maas en Waal te vinden in plaats van het doorgaan met proberen te overleven op de vele verschillende eilandjes.

5.      ‘Door samenwerking op regionaal niveau kunnen de kleine musea een zonnige toekomst tegemoet zien’, door Liesbeth Tonckens, directeur bedrijfsvoering en adviseur beleid en communicatie van Erfgoed Gelderland.

Liesbeth Tonckens geeft tot slot een presentatie die vooral voor de aanwezigen culturele erfgoedinstellingen interessant en herkenbaar is. Zij onderbouwt haar verhaal met cijfers van de Nederlandse Museumvereniging. Daaruit blijkt: het gaat niet goed. Grote musea groeien maar kleine musea kunnen hun inkomsten moeilijk opkrikken. En dat gegeven herkennen de aanwezigen van museum Wijchen en Museum Tweestromenland. Tonckens gaat met de afgevaardigden van de musea uit de streek in gesprek over welke waarden hun musea volgens hen hebben: een collectieve waarde, een educatieve waarde, een verbindende, beleving- en economische waarde. De bezoeker heeft ook verwachtingen. Zij verwachten topstukken, aansluiting op de scholing, lokale verbanden, een top presentatie, nieuwe media, een goed verhaal en een leuk dagje uit. Dat is veel en Tonckens vraagt de aanwezigen of we al die waarden en verwachtingen kunnen waarmaken. ‘Willen we dat, of gaan we kiezen?’

Historie versus actualiteit

Wat moeten de musea doen? Tonckens adviseert musea vanuit hun collectie een link te leggen met ondernemers in de streek. ‘Dan haal je historie en actualiteit naar elkaar toe en leg je verbinding.’ Tonckens roept de aanwezigen ook op om out of the box te denken. ‘Een verhaal hoef je niet per se met een museum te vertellen. Dat kan ook met een rondleiding, een openluchtbioscoop of een fietstocht. Achterhaal wat je kracht is en ga van daaruit verder denken.’

Rylana Seelen, directeur van Museum Wijchen reageert hierop door te stellen dat het belangrijk is van elkaar te weten waar men mee bezig is. ‘Wij zitten nu al met ondernemers om de tafel. We moeten dat wiel niet drie keer uit vinden, dat wiel is er al. Laten we vandaag concrete afspraken met elkaar maken!

Paneldiscussie 

Voordat die afspraken met elkaar gemaakt gaan worden vindt een discussie plaats. Om die op gang te brengen hebben de sprekers elk een stelling geformuleerd. De aanwezigen maken hun standpunt daarover kenbaar door een rode of groene kaart in de lucht te steken.

Over de stelling van Ferdinand van Hemmen is weinig onenigheid. Hij stelde: Erfgoed versterkt het trotse zelfbewustzijn van een streek en stimuleert om over de eigen schaduw te springen in de zoektocht naar een duurzame toekomst.

Hoewel het merendeel groen stemt, zijn er wat tegenstanders, waaronder Paul Brouwer, directievoorzitter van de Rabobank. Hij vraagt zich hardop af of we erfgoed daadwerkelijk nodig hebben om aan deze duurzame toekomst te bouwen. ‘Ik denk dat we ook zonder dat erfgoed op pad kunnen gaan naar een duurzame toekomst. Daar komen juist creatieve ideeën van los.’

Frans van Dijk, directeur van Museum Tweestromenland is het daar niet mee eens. ‘Als je het verleden niet kent, zweef je in het heden doelloos rond’, spreekt hij.

De stelling van de Bruin stelt: De bijzondere ligging van Maas&Waal in de rivierendelta van Nederland biedt mogelijkheden voor extra toerisme en recreatie.

Naar aanleiding van deze stelling neemt het gesprek een wending in de richting van de identiteit van de streek en het verhaal dat daarover naar buiten gebracht moet worden. Dit bijzondere verhaal gaat over de ligging van de rivierendelta in Nederland en de mensen. Groter denken, grotere musea bijvoorbeeld of een Maas&Waal Museum.

De stelling van Hoezen: Musea en culturele instellingen die in het Rivierengebied met elkaar maar ook met de V&T ondernemers samenwerken om het verhaal van de Rivieren zichtbaar te maken hebben de beste kaarten. Hoezen zegt dat het grote verhaal gebruikt kan worden om de kleine verscheidenheid te verklaren.

William van den Akker van Het Dijkmagazijn te Beuningen heeft het gevoel dat er een schijndiscussie gevoerd wordt omdat er meerdere identiteiten zijn. ‘Als we ons verhaal uitschrijven heb je een A4 vol en elke alinea daarvan vertelt het verhaal van een andere erfgoedinstelling.’ Professor Verhoeven concludeert daaruit dat we een parapluverhaal nodig hebben.

Door de scherp geformuleerde stelling van Rob Ansen: Culturele instellingen zijn huiverig om met ondernemers uit de streek samen te werken, komen de ondernemers en erfgoedinstellingen tegenover elkaar te staan.

De Bruin vindt dat ondernemers wat moeten doen voor de erfgoedinstellingen, als zij er samen sterker uit willen komen. Ondernemend Maas&Waal is van mening dat eerst een doel, beeld of een duidelijke gedachte met elkaar geformuleerd moet worden voordat instellingen en bedrijven zaken voor elkaar gaan bekostigen. ‘De kar moet samen getrokken worden en we moeten af van die individuele projectjes!’

Hoezen bevestigt dat ook hij van mening is dat er voor de ondernemer wel winst in een samenwerking moet zitten. Stichting Meerwaarde zou graag zien dat niet alleen bedrijven en de culturele erfgoedinstellingen met elkaar aan tafel gaan, maar dat ook de overheid daarbij aanwezig is. Dat maakt duurzamer. Bovendien doen de ondernemers een oproep: ‘Overheid faciliteer ons!’

Liesbeth Tonckens stelt: Musea zullen een deel van hun identiteit op moeten geven om het eigen voortbestaan te redden.

Zij beaamt dat samenwerking moeilijk is omdat de partijen elkaar in het midden moeten ontmoeten en ieder partij moet ervoor wat laten. Dat maakt het volgens haar eng en lastig.

Afronding

Hoewel de aanwezigen nog genoeg pit in zich hebben om door te discussiëren, rondt Professor Verhoeven de discussie tegen vijven af. Zij concludeert:Het verhaal  van Maas en Waal kan beter verteld worden. ‘De musea hebben het verhaal en kunnen dat voeden en vormgeven. Er wacht ons een mooie toekomst als we dat verhaal voor Maas en Waal beter vorm kunnen geven en uit kunnen dragen.’ Aan het eind van de discussie blijken twintig personen/instanties zich te hebben opgegeven om mee te denken en te doen met de Maas&Waal CultuurExpress om de samenwerking daadwerkelijk gestalte te geven. Onder hen vertegenwoordigers van de gemeentebesturen, de musea en de ondernemers. Zij zullen verder bij het project “Samenwerking” betrokken worden. Afspraken waarbij ondernemers en culturele instellingen met elkaar verder praten staan voor januari 2017 gepland. De musea gaan onderzoeken hoe ze zich van elkaar en ten opzichte van de ondernemers kunnen onderscheiden. Ook de ondernemers zullen samenkomen. Daarnaast zal onderzocht worden welke rol de gemeenten daarin kunnen innemen.

De voorzitter sluit de bijeenkomst af met een dankwoord en een presentje voor de dagvoorzitter en de inleiders. Tot slot volgt een netwerkborrel, waar de zaadjes voor samenwerkingen en mogelijkheden tot ontwikkeling geplant worden.