Volgend jaar verschijnt: “Het grote verhaal van het Land van Maas en Waal”.


 

Introductie

Het Land van Maas en Waal maakt deel uit van de rivierendelta van de Rijn in Noordwest Europa. Deze delta is rijk aan cultuur en geschiedenis en uitstekend bereikbaar en te bezoeken. Overal in deze streek is de vormende hand van de rivieren merkbaar: niet alleen in het reliëf van het landschap en de bodemgesteldheid, maar bijvoorbeeld ook in de manier waarop de mens het gebeid heeft ingericht om er te wonen en te werken. De Maas en de Waal voeren grind, zand en klei aan en drukken zo een opvallende stempel op het landschap. De bodem bestaat grotendeels uit zavel en klei die door de rivieren is afgezet. Hier en daar komen oudere afzettingen aan de oppervlakte, namelijk rivierduinen of donken, die aan het eind van het pleistoceen zijn ontstaan. Langs de Maas en de Waal zijn oeverwallen gevormd. Verder was het zo nat dat hier en daar ook veenlaagjes tot ontwikkeling konden komen.

Het gebied is vanaf de bronstijd permanent bewoond. In de inrichting van dit cultuurlandschap dateert in grote lijnen uit de vroege middeleeuwen (stroomruggronden) en de late middeleeuwen (kommen). De Stroomruggen waren vanouds in gebruik als woonplaats, als bouwland en als boomgaard, terwijl in de komgronden wei- en hooilanden, eendenkooien en grienden werden aangetroffen. De uiterwaarden zijn vooral in gebruik als weiland. Aan het einde van de negentiende eeuw was het in de gebruikelijke gemengde bedrijfsvorm van landbouw en veeteelt in het gebied makkelijker om over te gaan op vooral fruitteelt.

De aanwezige bedrijvigheid werd geleidelijk uitgebreid met de fabricage van landbouwwerktuigen en de bouw. Vooral eind twintigste eeuw is de industriële ontwikkeling vooral gericht op maatschappelijke en zakelijke dienstverlening en zijn in de regio de werkgevers in de landbouw, veeteelt en fruitteelt belangrijke maar niet meer de overheersende bedrijfstakken.

Het landschap in een rivierendelta is letterlijk de voedingsbodem voor bevolking en cultuur. Boerderijen op terpen, vluchtheuvels, zijwendes, dijken en weteringen, dijkmagazijnen, stoom-, diesel- en elektrische gemalen, kastelen, buitenplaatsen en forten zijn hier een voorbeeld van. Maar natuurlijk ook baksteenfabricage, zandwinning, kleiwinning, veren, sluizen en watersnoodmonumenten. Allen spreken over isolatie, ontoegankelijkheid en de haatliefde verhouding met de rivieren. En dat bepaalt de karakteristiek van gebied en inwoners.

Geïsoleerd en versnipperd

Het Land van Maas en Waal is rondom bedijkt om het buitenwater te keren maar ook het binnengebied is doorsneden van weteringen en watergangen om het “droog te houden”, Eind vorige eeuwen zijn er wel enkele bruggengebouwd en daarnaast onderhouden enkele voet- en fietspontjes het contact met de “overkant”. De vele kleine dorpen zijn via de dijken met elkaar verbonden door smalle doorgaande wegen.

Het geografische compacte gebied is heel erg versnipperd. In het gebied zijn actief: zes gemeenten, 29 dorpen en veel buurtschappen, een provincie, 1 waterschap, twee bestuurlijke regio’s, tweerecreatieschappen, twee regionale bureaus voor toerisme en recreatie en een aantal ondernemersverenigingen, vele tientallen erfgoedinstellingen en heemkundeverengingen. De bekende uitdrukking “We doen het eiges”ligt hieraan ten grondslag, waarmee de verschillen worden benadrukt, maar wat in samenhang te verklaren is uit de isolatie van geheel Maas en Waal. Niet alleen van het gebied, maar zelfs van de dorpen ten opzichte van elkaar.

Cultuurhistorisch en landschappelijk bezien vormt dit gebied één geheel. Bestuurlijk bezien zijn de vele door mensen getrokken grenzen soms obstakels voor de ontplooiing van de kwaliteiten en mogelijkheden van het gebied en de bevordering van onderlinge van oudsher aanwezige solidariteit en samenhang.

Hoe vertellen we het Grote verhaal van Maas en Waal?

Het is moeilijk de eigenheid van het gebied te benoemen en dat in één verhaal succesvol uit te stralen. Wat ontbreekt, is het verbindende verhaal van Maas en Waal dat de (gevoelde) verschillen in het gebied in een context zet die voor de bewoners én de bezoekers helder en aantrekkelijk is. Dit verhaal is te vinden in de ontstaansgeschiedenis en de kenmerken van het landschap. Het doel is één uitgewerkt verhaal van Maas en Waal (zogezegd een canon) waarin de ontstaansgeschiedenis van het gebied beschreven is en waarmee de oorsprong van de cultuur wordt geduid. In elk venster is een verwijzing naar die ontstaansgeschiedenis essentieel. De Maas en Waalse erfgoedinstellingen en musea beschikken dan hiermee over een handreiking om hun expositieprogramma’s en hun educatieve activiteiten op af te stemmen. Het einddoel moet zijn dat iedereen die in de regio woont of het bezoekt zich bewust wordt van het unieke landschap en de daarin aanwezige historische elementen.

Dit gegeven is voor een aantal erfgoedinstellingen in het gebied redenen geweest om zich te verenigen in een Stuurgroep “Het grote verhaal van Maas en Waal” te vertellen. In deze stuurgroep zijn behalve de Maas en Waal CultuurExpress ook het Erfgoed Studiehuis, het Dijkmagazijn Beuningen, Museum kasteel Wijchen en Ondernemend Maas en Waal vertegenwoordigd. De stuurgroep wordt begeleid door Erfgoed Gelderland. Het streven is er opgericht dat dit verhaal (de canon) eind 2018 digitaal voor iedereen beschikbaar komt. Nadere informatie volgt zo spoedig mogelijk. Wij houden u op de hoogte.

Beneden-Leeuwen, 13 november 2017.