Blog


William van den Akker: Wie zijn we nu weer?

Maas en Waal was ooit een afgelegen gebied, met veel lieflijke kleine dorpen. Uit oude verhalen blijkt dat elke inwoner een eigen rol had: er was maar één pastoor of dominee, één bakker (of twee, maar dan had je er een voor het brood en een voor de taart), één was de rijkste stinkerd, één was de knapste en één andere was de losbol. Voor deze personen was het vaak duidelijk welke positie ze (soms tegen wil en dank) innamen in hun gemeenschap. Ze hadden geen Facebook, Twitter of andere media nodig om te etaleren waar ze zich mee bezig hielden. Dat ging gewoon, hangend over de heg, al pratend met de buren. Er waren simpelweg te weinig anderen die eenzelfde plaats konden innemen.

William van den Akker @Leonie Huijbers, MUPH.nl

Nu is (bijna) iedereen bezig zich te ‘profileren’. Waar komt de behoefte vandaan om aan te geven wie je bent, wat je doet, wat je bezig houdt? Waarschijnlijk is het dezelfde natuurlijke behoefte om een specifieke positie in te nemen in een groot gezelschap. Met de nieuwe media en intensieve contacten kunnen we de hele wereld overzien. Althans, inzien dat er wel heel veel anderen zijn, die in veel opzichten op onszelf lijken. Dus voelen velen zich gedwongen duidelijker aan te geven wie ze zijn. Of willen zijn.

Dat geldt ook voor steden en regio’s. Er gaat niets boven Groningen, Zutphen torent boven alles uit en Altijd Nijmegen. Elke stad, maar ook bijna elke streek wil door de oprukkende informatiestroom zijn/haar positie met en slogan benoemen. Een veel gebruikte variant: Bij ons kun je  XX wonen, XX werken en XX recreëren. Naar genoegen zijn op XX woorden als lekker, leuker, prettiger en mooier in te vullen. Dat is misschien wel waar, maar niet streekeigen. Wat is streekeigen? Of, om het met een ander woord te noemen: wat is onze identiteit. Voor een identiteit gaat het om dingen die je juist onderscheiden van de ‘anderen’, waar we ons wel mee verbonden voelen.

Voor Maas en Waal is er een helder uitgangspunt: de twee rivieren waar de streek naar genoemd is vormen de begrenzing, maar tevens ook de verbinding met verre streken. Onze identiteit moet dus wel sterk verweven zijn met de rivieren. Maar hoe verwoorden we die? Dat begint met verhalen van vroeger, verhalen van nu, maar ook verhalen van de toekomst. En vooral met verhalen over onze contacten met die anderen die óver de rivieren wonen of ver stroomopwaarts of -afwaarts. Want we verbinden ons met die ‘anderen’ als we aan hen óns verhaal vertellen. Wie zijn wij, wie zijn jullie? Vertel die verhalen aan CultuurExpress.

William van den Akker

Bioloog en coördinator Het Dijkmagazijn, Beuningen

Foto: Leonie Huijbers, MUPH.nl 

 


Drs. Wim A. Kattenberg: Blijven de kleine kernen bestaan?

Het Land ‘Tussen Maas en Waal’ is diepgaand aan het veranderen. In de kern is het een gevolg van veranderende verhoudingen op wereldniveau, waarin alleen grote eenheden staande kunnen blijven. Dat heeft behalve met militair-strategische overwegingen vooral te maken met de energie-, voedsel- en watervoorziening en behoud van het milieu. De Europese eenwording ligt in het verlengde daarvan. De effecten van dit wereldwijd omvattend proces zijn op dit moment op alle gebieden, zowel landelijk, als provinciaal en gemeentelijk te voelen.

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw zette men een proces in tot vergroting van gemeenten en dit proces is nog niet tot een einde gekomen. Er zijn zelfs plannen om de vier gemeenten in het land ‘Tussen Maas en Waal’ tot één gemeente te maken. Economisch gezien, waarbij we ons beperken tot de landbouw, blijven slechts een aantal grote boeren over. Op het vlak van waterbeheersing, alles bepalend in ons gebied, worden grootschalige projecten uitgevoerd in het kader van “ruimte voor de rivier”. Deze projecten worden uitgevoerd door gebieds- en provincie overstijgende waterschappen.

Nu is het opvallend dat in dit proces van schaalvergroting, inwoners van het land van Maas en Waal zich emotioneel blijven vasthouden aan de kleine kernen waarin ze wonen. Deze bieden kennelijk nog steeds houvast. Deze sterke binding valt historisch te verklaren: In de periode 1000-1300 na Christus kozen heren en de kerk de meest levensvatbare kernen uit om zich te vestigen. Daar bouwden ze hun kastelen en kerken. Het waren de kernen die met zij- en achterkades werden beschermd tegen het water. Toen er nog geen ringdijk was liep het water het gebied in en uit. Die situatie schiep voor eeuwen een onderlinge band en wij wonen nog steeds in diezelfde kernen.

Het Erfgoedstudiehuis Land van de Heerlijkheden te Leur wil met kleine zomer- exposities, onder andere over de landbouw, de heren en de kerk, mensen niet alleen inzicht geven in hun geschiedenis, maar ze daar ook bewust van maken. Als zij dat willen, blijven de kleine kernen bestaan.

Drs. Wim A. Kattenberg

Erfgoedstudiehuis te Leur