Blog


Ger Loeffen: Paling uit de Waal

Vraag je aan een willekeurige Beuningenaar waar Volendam ligt en de kans groot dat je een goed antwoord krijgt. Andersom is het antwoord zeer waarschijnlijk onjuist. De meeste Volendammers hebben nooit van Beuningen gehoord. Laat staat dat ze het weten te liggen. Zelfs Jan Smit die hier ooit optrad zal je in de verkeerde richting sturen. Met Ewijk ligt dat anders. Met dank aan Rijkswaterstaat. Volendam en Beuningen lijken ook niet zoveel op elkaar. Oké, een paar overeenkomsten dan. Volendam ligt ook aan het water. En het is een dorp met ongeveer evenzoveel inwoners als Beuningen. Verder houd elke vergelijking op.

In Volendam staan meer kerken maar minder huizen te koop dan in Beuningen. Volendammers verhuizen wel, maar veel meer binnen hun eigen Volendam. De reden is duidelijk: Volendam heeft iets dat Beuningen niet heeft. Althans in veel mindere mate. Saamhorigheid, cultuur.  

Want Volendam bruist, zingt, trekt elk jaar busladingen toeristen en het ruikt er naar vis. Naar paling om precies te zijn. En paling in de Waal? Oké, er zijn een paar optimisten die in een zwarte plastic olieslang een paling meenden te herkennen. Maar dat terzijde. Wie in Volendam woont wil er nooit meer weg. En dat is voor een groot deel te danken aan de saamhorigheid en cultuur. Het verbindt en geeft mensen het gevoel in een leefbare omgeving te wonen. Je hoort niet bij elkaar omdat je nu toevallig in dezelfde straat woont. Nee je hoort bij elkaar omdat je samen iets doet. Samen musiceert, een maaltijd klaarmaakt, toneel speelt, zingt of samen sport.

Huizen verbinden niet. Cultuur wel.

Ger Loeffen: "deze foto is gemaakt tijdens de Weurtse Kermis op zondag 18 juni 1961. Later in dat jaar op 30 augustus zal ik 11 jaar worden. Samen met Henk(ie) de Ruiter (links op de foto) sta ik voor het huis en de drogisterij van Moeke Arts op de hoek van de Kerkstraat en de Pastoor van der Marckstraat. Dat colbertje herinner ik me nog goed. De combinatie met korte broek zou nu niet misstaan in het straatbeeld."  

 

 

 


Burgemeester Luciën van Riswijk: Kwartje

Eén moment kan bepalend zijn in iemands leven. Voor mijn  opa was dat de kans die hij kreeg in 1908. Na de lagere school mocht hij op kosten van een rijke Doornenburgse mevrouw  naar een  seminarie in België. Als dubbeltje kreeg hij de uitzonderlijke kans een kwartje te worden. Hij genoot van wat hij leerde: Latijn, Frans en hij las de boeken van grote filosofen. Totdat zijn weldoener stierf en hij werd teruggestuurd naar de armoe die thuis heette.  Hij trouwde in de gemeente  Wamel en werkte als metaalarbeider op zo ongeveer alle scheepswerven in Maas en Waal. Maar nooit erg lang. Zijn bazen hadden het niet zo op filosofen. 

Het zijn die bepalende momenten die ik zoek als ik te gast ben bij een diamanten huwelijk in mijn gemeente.  Binnen 5 minuten neemt het echtpaar me mee naar het Druten van vóór, tijdens en vlak na de oorlog. Met spannende verhalen over onderduikers, beeldende vertellingen over de Maas en Waalse dorpen en niet zelden ook ontroerende familiegebeurtenissen:  ooggetuigenverslagen van belangrijke momenten, verteld door mensen die niet op de kaften van geschiedenisboekjes staan vermeld, maar die ze wel hebben gevuld. Jammer dat de verhalen niet werden opgeschreven.

Vorig jaar bezocht ik de voortreffelijke expositie over Meijer’s Scheepswerf  in museum Tweestromenland. Na een lezing  over de betekenis van de werf  en haar sociaal bewogen directie herinnerde ik mij een van mijn opa’s verhalen. “De patroon was meedogenloos hard”, schreef hij namelijk zestig jaar na dato in zijn memoires. Toen ik de kans kreeg om de ruim negentigjarige dochter van één van mijn opa’s bazen te spreken voelde ik even zijn boosheid. Ik  besloot haar te confronteren met de andere kant van de geschiedenis. 

“Dat moet mijn oom zijn geweest”, concludeerde mevrouw Meijer.