Het stoomgemaal De Tuut Appeltern


Geschiedenis van de stoombemaling

In de 19de eeuw is de stoommachine  doorontwikkeld tot  goede bruikbare born van aandrijving van machines, de industriele revolutie vond een aanvang in de industrie en andere vormen van aandrijving van machines.

De   stoommachine als bron van aandrijving van de vele soorten van opvoerwerktuigen in waterbeheersingsgemalen heeft in Nederland de bouw van ruim 750 stoomgemalen mogelijk gemaakt.

In het stroomgebied van Rijn en Maas zijn in Gelderland en Noord-Brabant 75 stoomgemalen gebouwd , waarvan in Gelderland er 36 zijn opgericht, en in het land van Maas en Waal zijn 8 stoomgemalen voor de waterbeheersing gerealiseerd.

In Dreumel werd ten behoeve  van de toenmalig Molenpolder een van de eerste  stoomgemalen gebouwd in 1846, het systeem van Ir. Fijnje. Dit gemaal was uitgerust met  een zg balansstoommachine  het opvoerwerktuig was een zuigerpomp. Het zelfde systeem als de Cruqius waarmede de Haarlemmermeer is drooggelegd

Het succes van dit gemaal was zeer goed dat reeksen windmolens nog niet hadden gerealiseerd in de voorafgaande eeuwen in deze rivierpolder.( Toen genaamd Molenpolder)

 

In 1868 zijn  in Maasbommel en in 1879  in Wamel een scheprad  stoomgemalen gebouwd.

 Na 1880 werden  de nieuwe  gemalen allen voorzien van een centrifugaalpomp omdat  deze was ontwikkeld en een beter rendement gaf bij hoge rivierstanden. De schepradstroomgemalen zijn rond 1911 omgebouwd met centrifugaalpompen

Tussen 1880 en 1915 zijn alle nieuwe gemalen  voorzijn van centrifugaalpompen en  gelijkstroomstoommachines, De  7 gemalen van de  verschillende dorpspolders in  het stroomgebied van Oude wetering ,deze gemalen hebben allen na redelijk behoren gefunctioneerd tot 1952.

Na de plannen van de  ruilverkaveling, landinrichting en aanpassing  waterlopen en opheffing van de vele dorpspolders werd aan  het uiteinde van de oude wetering een krachtig nieuw electrisch gemaal gebouwd met de naam Quarles van Ufford.

Toen het plan van Graaf Reinald  uit 1321 inzake Oude Wetering pas in 1952 was gerealiseerd werden de 7 stoomgemalen overbodig  en zijn gesloopt of ontdaan van hun stoominstallatie, omdat de oud ijzerprijs hoog was.

De Nieuwe Wetering.

DE oorsprong van deze wetering beging in Heumen Hatert en Neerbosch deze is 25 km lang en verzorgt de afwatering van  10.000 ha grondgebied. De lozing van overtollig water  is  vanaf 1322 afgevoerd via de Appelternse sluis.

Als de sluis gesloten was vanwege langdurige hoge rivierstanden van  de Maas werden delen van dit stroomgebied het   laag gelegen kleigebied tussen Leur, Hernen, Bergharen geinundeerd..

In het veld tussen Horssen en Bergharen en Leur stonden de boerderijen op een terp.

 

De bouw van het stoomgemaal De Tuut.

In het stroomgebied van de oude wetering waren rond  1910 een 7 tal voor die tijd moderne stoomgemalen in  bedrijf, gelijkstroomstoommachines en centrifugaalpompen.

In het stroomgebied van de Nieuwe wetering werd vanaf 1880 over de bouw van een stoomgemaal gesproken op de Appelternse sluis in Appeltern. De hoger gelegen  dorpspolders van de Nieuwe wetering die nauwelijks  wateroverlast  hadden weigerde mee te betalen aan de kosten van de bouw van een middelgroot stoomgemaal.

Men had toe te maken met een 12 tal autonome  dorpspolders die dit gezamenlijk zouden moeten realiseren.

De commissaris van  de Koningin de heer Citters was rond 1915 op werkbezoek in Maas en Waal had zag te wateroverlast van  de vele geinundeerde gebieden van lage rivierpolders van de Nieuwe Wetering, en hoorde de discussie aan de van besturen  die hem begeleiden.

Hij zag dat met de  stand van de techniek  deze inundatie niet nodig hoefde te zijn, en eiste van de gezamenlijke dorpspolders die meer dan 30 jaar  aan het steggelen waren over een stoomgemaal dat ze op korte termijn de plannen moesten realiseren.

Als men het niet eens zou kunnen worden zou de provincie  het gemaal bouwen en de kosten hiervan hoofdelijk omslaan op alle dorpspolders in het stroomgebied van hoog tot laag.

IN 1917 besloot het bestuur van het Waterschap van de Gecombineerde waterlossing van de polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal tot de bouw van een gemaal aan de mond van de Nieuwe Wetering.

De hoog gelegen polders rond Nijmegen hebben met advocaten hun bijdrage aan het gemaal trachten te ontlopen, doch deze zaak werd verloren en men moest mee betalen aan  het te bouwen gemaal.

Ingenieurs bureau van Hasselt en de Koning in Nijmegen kreeg de opdracht voor het ontwerp,

Deze hadden  de ander stoomgemalen in Maas en Waal gebouwd  en /of aangepast

Het gemaal zou   volgens begroting een bedrag van f 435.500,- gaan kosten een fors bedrag voor die tijd. Het kerkgebouw van Bov-Leeuwen werd in dezelfde tijd gebouwd met 400 zitplaatsen en toren voor een bedrag van  f.107.000,-

De  enorme stoominstallatie heeft wel een flink stuk van het budget hiervoor  gevraagd.

DE bouwkundige kosten hebben totaal f. 122.600 bedragen exclusief machines, de enorme fundaties en aanleg van damwandkuip schoorsteen van 40 m..

Onder de schoorsteel zijn 40 houten palen aangebracht het ketelhuis en machinezaal  is gebouwd op 440 houten palen van 9 m lengte.

OP deze houtenpaalfundatie  zijn de kespen, zwalken aangebracht daarna is een enorme betonconstructie op deze houten onder water zijnde fundatie gebracht, op deze betonconstructie is men boven. De waterlijn met stenen inmetselwerk verder gebouwd.

Waarom is gekozen voor de stoomaandrijving,

DE toepassing van stoomaandrijving bij 750 aanwezige stoomgemalen  in Nederland had zijn nut bewezen, een keuze voor een stoominstallatie lag eigenlijk voorde hand.

Nijmegen stond reeds een elektriciteit centrale op de Waalkade, maar de distributie van Nijmegen  naar Appeltern van een groot vermogen was toen technische niet mogelijk. Een electrische  aandrijving van de pompen in Appeltern is  op deze wijze nog onderzocht, omdat de gemeentelijke  centrale men graag elektriciteit wilde leveren aan grootverbruikers.

Dieselmotoren van een grootvermogen zg scheepsdiesel waren voor de capaciteit van het te bouwen stoomgemaal nog niet beschikbaar men zou twee motoren van elk 600 pk. Nodig hebben.

Een van de vroege dieselaandrijving uit 1924 is de toepassing van een Crossley  oliemotor. 50 pK

Deze is uit een gemaal in Lexmond is na revisie in 2010  op het stoomgemaal geplaatst om de overgang van stoom naar diesel inzichtelijk te maken

Na 1925 werd de stoomaandrijving vervangen door de ontwikkeling van grotere dieselmotoren en aansluiting op een elektriciteit net als er voldoende capaciteit beschikbaar was.

DE techniek schreed voort dieselmotoren en elektriciteit als die er was werden de nieuw  kracht bronnen van aandrijving.

Het stoomgemaal inbedrijf’

Einde 1918 werd  de stoominstallatie in gebruik genomen, er waren nog enige kleine aanpassingen nodig, die werden verholpen waarbij enige weken later de installatie in vol bedrijf ging met een capaciteit van 440 kuub per min en 3 meter opvoerhoogte.

De omvang van deze installatie werd gezien als een middelgroot stoomgemaal in de rij van de stoomgemalen.

Na de Tuut werd het Woudagemaal in Lemmer  en stoomgemaal Stroink in Vollenhoven beide rond 1920 gebouwd. Dit waren  de laatst gebouwde stoomgemalen van Nederland.

Bovendien de  laatst gebouwde stoommachines  na 1900 waren gelijkstroomstoommachines  volgens ontwerp  professor Stumph met een gunstig rendement.

In het ketelhuis van De Tuut was een zg.  stoomketelbatterij aanwezig, dat wil zeggen 3 stoomketels in een  blok  van bemetseling met rond  de  tankketels rookgascirculatie kanalen voor warmteafgifte.

In deze bemetseling  waren ook de oververhitters aanwezig die de stoom na het verlaten van de stoomketel nog met 80 graden celcius verhoogde tot zg. droge stoom

DE stoom werd met een temperatuur van 280 graden Celcius en 12 ato naar de stoommachines  gevoerd.

Bij een vol inbedrijf zijn alle 3 stoomketels in bedrijf, en is  er per etmaal 10 tot 12 ton steenkool nodig voor de stoomproductie. DE steenkool was in hoeveelheid van 600 ton  in opslag in de kolenloods  naast het ketelhuis met kruiwagens werd deze naar het stoomketelfront  gereden en met de schop op de roosters van de vuurgang  gedeponeerd.

In de machinezaal zijn de twee bemalingspompen elke  bemalingspomp heeft eigen stoommachine voor de aandrijving van de waaier in deze pomp die het water over de dijk pompt.

Het stoomgemaal is bijna 50 jaar in bedrijf geweest tot 1967  zonder storingen en of wijzigingen  van de installatie. Op zich is dit vrij uniek te noemen als  je de geschiedenis van de vele gemalen nagaat, werden vaak tussentijds aanpassingen  verricht ter verbeteringen van de installatie.

Vaak waren er na enige jaren aanpassingen nodig aan stoomketels, opvoerwerktuigen ( pompen) en stoommachines.

Het is in 1967 stilgelegd door de bouw van het dieselgemaal Bloemers in 1967 in het kader van de ruilverkaveling Rijk van Nijmegen west waarbij hogere eisen werden gesteld aan de bemalingscapaciteit en kosten beheersing.

Een stoomgemaal had naast een machinezaal, ketelhuis  met schoorsteen en steenkoolopslag een vrij grote omvang aan gebouwen met haar installatie, vergelijk  het gemaal Bloemers met het stoomgemaal DE Tuut. Men  had met een diesel en of electrische gemaal slechts 25 % van de benodigde ruimte nodig als van een stoomgemaal van dezelfde capaciteit.

Bovendien de kosten en steenkool en  de daaraan verbonden arbeid werd na 1950 steeds duurder.

Hierdoor  is na de 1945 in hoog tempo in Nederland  de stoomaandrijving  vervangen door diesel of electrische aandrijving. In de meeste gevallen werd  een geheel nieuw gemaal gebouwd ter vervan ging van  het oude gemaal.

Het gevolg was dat rond 1980 van de 750 gebouwde stoomgemalen er nog 9  waren gebleven met hun stoominstallatie, alle anderen werden gesloopt of ontdaan van  de vele tonnenijzer  die als schroot werden verkocht.

Als voorbeeld in Maas en Waal werden rond 1952, 7 stoomgemalen gesloopt of ontdaan van hun stoominstallatie na de bouw van het electrische gemaal Quarles van Uffort op de sluis in Alphen.

Periode 1967 tot 1983

Het complex werd in gebruik genomen als opslag en werkplaats voor de buitendienst,

Het was de bedoeling om de  stoomketels te verwijderen en het ketelhuis als werkplaats in te richten.

De machinezaal zouden na verwijdering van pompen en machines worden ingericht voor calamiteitenmateriaal van waterschap en provincie bij dijkdoorbraken of andere calamiteiten.

DE schoorsteen werd wegens bouwvalligheid in de top  in 1971 alvast gesloopt.

Na 1980 werd na een fusie  van  het waterschap Groot Maas en Waal gedacht aan de bouw van een nieuw kantoor met werkplaats in Druten, dat werd gerealiseerd in 1982.

DE toenmalige gemeente Appeltern  verzocht het waterschap om het  complex spoedig te slopen, men vreesde voor schimmige industriele activiteiten.

IN de pers verschenen rond 1980 artikelen dat de slopershamer dreigde, ook werd in de pers gesproken van een unieke complete stoominstallatie .De machines vertegenwoordigen een tijdperk dat weliswaar achter ons ligt, maar  ze hadden inde ontwikkeling van de techniek een grote rol gespeeld, ze waren als het ware voor de eeuwigheid gebouwd en als ze goed zouden worden onderhouden zouden ze nog wel een eeuw kunnen meegaan.

In 1982 stond in de krant wie red  het stoomgemaal, de procedure voor een plaatsing op de monumentenlijst was na onderzoek in gang  gezet.

Op 3 februari 1983 werd de stichting Baet en Borgh opgericht met als eerste doel het behoud van het stoomgemaal De Tuut en de restauratie ervan, er kwamen juichende artikelen in de pers over het behoud van het laatste stoomgemaal in Gelderland.

Niemand zou kunnen vermoeden dat 14 jaar van overleg nodig was voor  het beschikbaar komen van de eerste subsidie van provincie en rijk.

En de totale kosten van de restauratie en vele vrijwilligers die er jaren aan zouden werken

Periode 1984 tm 1996

Deze periode bestond tot vervelens toe bij de betrokken overheden getouwtrek over het wel of niet subsidieren en wel of niet voorrang geven. Gewekte hoop werd soms de bodem ingeslagen en later en later weer gewekt. Krantenverslagen van vergaderingen uit die tijd schetsen een bijna moedeloos makend verhaal over voorrang geven en uitstellen, geld beloven en toch weer niet geven.

Bestuurlijk Maas en Waal en ambtelijk was er nauwelijks enige interesse voor de restauratie van dit complex. Het belang van industrieel erfgoed moest nog worden uitgevonden.

DE eerste groep van 7 vrijwilligers toog in 1984 aan  de slag met opruimen en inventariseren en gebouw wind en waterdicht maken/houden. Door achterstallig onderhoud waren vele zaken verrot, hetgeen bleek dat bij een harde wind in 1990 het dank van de machinezaal af waaide door de verrotte balkkoppen in het dak.

Met verzekeringspenningen werd in 1991 het dak van de machinezaal vernieuwd

Vele plannen zijn uitgewerkt voor de restauratie van de gebouwen en machines maar door tegenwerking van de autoriteiten zijn de  vrijwilligers vertrokken, naar hun mening zou door deze tegenwerking het gemaal nimmer  meer in bedrijf komen

 

De restauratie 1997 tot 2014 

In 1997 was de bouw van de schoorsteen mogelijk geworden, de eerste bescheiden middelen van het rijk en provincie kwamen beschikbaar. Omdat de schoorsteen niet in 4 fasen kon worden gebouwd werd een lening bij gemeente West Maas en Waal afgesloten van 2 ton waarvoor uiteindelijk 5 % rente moest worden betaald. Deze lening moest worden terug betaald uit  het beschikbaar komen van de jaarlijkse bescheiden middelen van het rijk inclusief  de rente.

Na de herbouw van de schoorsteen zou het mogelijk worden om de stoomketel weer inbedrijf te stellen, en werden weer vrijwilligers geworven een 15 tal personen togen weer aan het werk.

De gestarte restauratie dreigde in 1999 tm 2001 regelmatig stil te vallen door een volkomen gebrek aan financiele middelen.

Met behulp van veel sponsoring werden de vele machine onderdelen die  vernieuwd moesten worden in machinefabrieken gereed gemaakt voor de restauratie.

Na heel veel noeste arbeid en doorzetting vermogen van  de vele betrokken mensen werd in 2001 stoomketel nr 1, zijnde  de cornwalketel in bedrijf genomen en was  het mogelijk om stoommachine  nr 1 inbedrijf te stellen.

Er kwam rook uit de schoorsteen, werd stoom gemaakt en in de  aangepaste kolenloods was het mogelijk om  mensen te ontvangen zij het met een spartaanse inrichting van deze loods.

In 2007 werd deze ontvangstruimte  met behulp  van Europese subsidie ingericht als stoomcafe en voorzien van isolatie en vloerverwarming

DE combinatie van aannemers van de dijkverzwaring in Maas en Waal legden  in  2000  in het voorterrein  de klinkers die door gemeente beschikbaar werden gesteld, de modder aan de  voeten was hiermede verleden tijd.

In 2006 werd door het waterschap Rivierenland de beide uitwateringssluizen uit 1840  gerestaureerd kosten 6 ton waarvan de Eu 50 % zijnde 3 ton bijdroeg.

In 2004 kwam stoommachine nr 2 gereed, rond 2010 zijn plannen gemaakt om de bemalingspompen te reviseren.  In die periode is ook uitvoerig onderzoek gedaan  naar de kwaliteit van de beide lancachire  stoomketels.

Na een 5 tal uitvoerige rapportages was  het verantwoord  om ook deze beide stoomketels en al hun toebehoren te restaureren.

Het metselwerk met de vele rookgaskanalen  over verhitters werden geheel vernieuwd Deze kosten totaal € 150.000,- werd voor 50 % uit Eu subsidie vergoed het andere deel kwam uit bijdragen van rijk, waterschap, provincie en gemeente. Sponsoring van vele bedrijven en heel veel uren van de vrijwilligers.

Gesteld  kan worden dat er in de totale restauratie van het stoomgemaal  exclusief sluizen, die eigendom zijn waterschap rivierenland bijna 1 miljoen  Euro aan subsidie gelden zijn verwerkt

Aan sponsoring  is bijna 2 ton verkregen.

De vrijwilligers, de groep startte in 1997 met 20 personen, maar vele jaren zijn er rond 40 personen  op vele terreinen actief geweest.

Vanaf 1997 is per vrijwilliger een urenadministratie bijgehouden, voor de restauratie en andere zaken zijn  ruim 60.000, uren in het project gestoken, dit heeft ook een maatschappelijke waarde van ruim een miljoen Euro.

In 2013 is een boek geschreven over de  geschiedenis van de waterbeheersing in Maas en Waal in bestuurlijke  en technische  zin waarbij in het kort de functie van kaden en gemalen aan de orde is gesteld. Hierbij is wel de geschiedenis van Nieuwe wetering bouw van het stoomgemaal De Tuut en de restauratie uitvoering beschreven.

In deze 180 pagina  met vele tekeningen en platen in luxe kleuruitgave geeft een beeld weer van de  strijd  tegen het water en toepassing van de gebezigde technieken, Het is thans nog te koop voor een bedrag

 van € 15.00.

 

Nieuwe uitdagingen voor het stoomgemaal

De Doederij  heeft zijn intrek genomen, hiermede is het gemaal 6 dagen per week geopend dat voor passanten en bezoekers  meer mogelijkheden geeft vanwege ruime openstelling.

Het stoomgemaal wordt jaarlijks door circa 4000 personen bezocht, we willen onze bezoekersaantallen verhogen.

DE laatste 2 jaar zijn bescheiden tentoonstellingen opgezet in het kader van Het water de baas , en hoe Maas en Waal na 1950  met de ruilverkaveling  en waterbeheersing  er boven op kwam.

In overleg met Erfgoed Gelderland is in 2017 een  zg. Bidboek gemaakt om de presentatie van het geheel te verbeteren, hiermede hopen  met het plan van aanpak dat in fasen zal worden uitgevoerd de bezoekers interesse op te wekken een bezoek te brengen.

De presentatie van  de zalen als   het stoombedrijf niet in gebruik is zal worden verbeterd, hiervoor zijn externe deskundigen gevraagd voor hun medewerking.

Het doel is, dat  het bezoek met moderne audiotechnieken  het geheel beter  zal gaan beleven, bij een niet inbedrijf zijnde  installatie.

Om kosten en menskracht zijn we in staat om 6 weekenden per jaar in bedrijf te kunnen zijn, het moet de overige dagen ook beleefbaar zijn voor de bezoekers.

 

Jan Reijnen