De keuze van: Stoomgemaal De Tuut


Het gemaal De Tuut is een ‘landmark’ in het rivierenlandschap. De slanke, herbouwde schoorsteen is al van verre zichtbaar. Het gerestaureerde gemaal met zijn uitwateringssluizen, de kolenloods, de machinistenwoningen en het in de nabijheid gelegen moderne elektrisch gemaal Bloemers vormt ook architectonisch een zeer interessant geheel. Vandaar dat er in 2013 een boek over het bijna honderd jaar oude stoomgemaal verscheen. 

Gerard van de Ven, Leo ten Hag en Jan Reijnen, Het stoomgemaal De Tuut, een monument van gemeenschapszin, €24,95

De inhoud

De eerste drie hoofdstukken handelen over de strijd tegen het binnenwater in de periode 1250- 1970. Hier komen aan de orde, het graven en het beheer van de grote weteringen, de toepassing van windmolens, het gemaal bij Dreumel uit 1846 (het eerste stoomgemaal in het rivierengebied), de invoering van de stoombemaling in het Land van Maas en Waal. Het vierde hoofdstuk behandelt de geschiedenis van de bouw van het stoomgemaal De Tuut. Hierin wordt aan de hand van een dagboek van de opzichter G.J. Arntz een beschrijving gegeven van de bouw van het gemaal.

Het vijfde hoofdstuk behandelt het stoomgemaal De Tuut als monument. Hier wordt ingegaan op de teloorgang van het gemaal in de periode 1967-1984, de oprichting van de Stichting Baet en Borgh die het beheer van het gemaal heeft overgenomen, de rol van het bestuur, de subsidiegevers en het regionale bedrijfsleven. Er wordt uitvoerig aandacht geschonken aan de rol van de vrijwilligers.

De auteurs

Het eerste deel is geschreven door Gerard van de Ven, emeritus hoogleraar waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Het tweede deel werd geschreven door Leo ten Hag, historicus en auteur van onder andere het boek Van oeverwallen tot klavervier. Een geschiedenis van Weurt, Beuningen, Ewijk en Winssen. Voor het derde deel zijn een aantal bouwstenen aangeleverd door Jan Reijnen, voorzitter van Baet en Borgh en al meer dan 25 jaar betrokken bij de restauratie van het gemaal.