Luiken in oude tabaksgevels


Door: Jan Reijnen
Plaats: Puiflijk
Thema: Geschiedenis
Periode: 19e eeuw

Op de zogenaamde hucht van Puiflijk waren veel achterhuizen van kleine gemengde boerderijtjes ingericht voor stalling van kleine hoeveelheden vee. In de zomerperiode werden op deze gemengde bedrijven tabaksbladen van geoogste tabak gedroogd. De tabaksteelt was van 1800 tot 1955 een belangrijke bron van inkomsten in het dorp Puiflijk van de kleine boeren met een beperkte hoeveelheid grond. De zavelgronden van het zg Pleistocheen waren met de eeuwen lange bemesting uitermate geschikt voor de teelt van tabak als handelsgewas. Het handelsgewas doorbrak de eigen kringloop van producten van, voor en door de dorpsgemeenschap. De tabaksteelt heeft in de Tweede Wereldoorlog nog een opleving gekend en is tot 1955 nog van betekenis geweest. Hierna was het voorbij, de importen uit andere werelddelen kon de zg inlandse teelt niet aan.

Een aantal kleine boerderijen hadden speciale droogschuren in gebruik, deze zijn allen verdwenen omdat deze gebouwen van een materiaal waren dat weinig duurzaam was. De zg luikengevels in de achterhuizen zijn ook verdwenen bij verbouwing of aanpassing van de nieuwe functie van het achterhuis. Een stuk van de topgevel van een schuur in Puiflijk heeft nog deze luikengevel, gemaakt voor het drogen van tabak. DE luiken werden geopend bij drogend weer en gesloten bij  nat weer.

In de winter als het vee in het achterhuis werd gestald werden deze luiken gesloten en bij erge koude weersomstandigheden werden  de naden die tussen de ruwe planken aanwezig waren dichtgesmeerd met een mengsel van klei, zand en koeienstront. Hiermede was de gevel in de winter tochtvrij voor het vee en mensen die achter deze gevel leefden. In het voorjaar werden deze luiken open gemaakt en werden de smeersels voor de afdichting afgekrapt. Bij droog weer werden ze in een mengsel carboleum en koolteer gezet. Daarna was deze gevel van juli t/m oktober weer geschikt voor de ventilatie voor het drogen van de tabaksbladeren die op houten spijlen in een systeem van zg vakken werden gehangen.

De opslag van hooi vond plaats op zogenaamde hooimijten of op een hooiberg omdat de bedrijfsruimte van de woning door het drogen van tabak een andere bestemming had.