Het beheer van waterbemaling in een Buitenpolder


Door: Jan Reijnen
Plaats: Appeltern
Thema: leven met water
Periode: 20e eeuw

In maas en Waal waren een 10-tal van deze buitenpolders aanwezig en allen voorzien van een  bemaling om overtollige water over de kade te pompen. Deze zg buitenpolders warengebouwd en voorzien van een kade van een vastgestelde hoogte om inde zomerperiode bij bepaalde rivierstanden het landbouwkundig gebruik in tact te laten. Als de rivier een te hoog peil had dan inundeerde ook deze buitenpolder, de berging van rivierwater had dan prioriteit boven de landbouwfunctie. Tussen 1925 en 1940 zijn vele kleinere electrische gemalen gebouwd om de rivierpolder droog te houden tengevolge van kwel en neerslagoverschot.

Het afgebakende gebied van de buitenpolder had een kade, de  hoogte hiervan was vastgesteld door de rivierbeheerder. In deze kade was een uitwateringssluis en gemaal aanwezig. Het gemaal was gebouwd door de betreffende dorpspolder, het beheer was toevertrouwd aan enkele boeren die geschoold waren in het bedienen van dit gemaal.

 

In de vijftiger jaren had ik een oom die het beheer van de  gemaal van de buitenpolder van Winssen beheerde dat was aanwezig op de zogenaamde hoek van Winssen. (staat er nog en is nog steeds in functie).. Thans voert waterschap Rivierenland het beheer en toezicht op dit gemaal uit. Dit gemaal is thans op de monumentenlijst geplaatst.

Maar mijn oude oom moest als dit gemaal in bedrijf was aldaar wacht lopen, de motoren bleven wel draaien maar het werk rond dit gemaal kon nog wel intensief zijn. Voor de invoer van de  bemalingspomp was een  krooshek aanwezig, alle rommel van maaisel en hout dat op drift geraakte doordat  men water uit het aanvoerkanaal af voerde werd het de hand verwijderd voor dit krooshek. Bij teveel  rommel voor het krooshek betekende dit dat de toevoer  naar de pomp werd gestremd. De pomp had veelal een capaciteit van 20 tot 30 kuub per minuut.

 

Als men dan een hele nacht had  gesjouwd naast dit gemaal werd na een paar uur bed rust weer op het land gewerkt. De boeren die belang hadden bij dit gemaal loste op deze wijze elkaar af. Het kwam  veel voor dat dit gemaal als het in bedrijf was 24  uur draaide...

Het bemalen van deze polder had twee mogelijkheden:

 

1. Het peil van de rivier Waal zakte en bemaling was dan op zeker moment niet meer nodig.

2. De rivier kwam met waterstand hoger dan werd verwacht, de kade ging overlopen, de buitenpolder werd ontruimd van vee en eventueel hooigras in de zomer. Het praatje ging door de gemeenschap die belang hadden bij deze buiten polder ”DE KAAI GAAT LOPEN!” Maak dan dat je het vee en hooi verwijderd hebt.

De buitenpolder moest dan de functie van waterberging vervullen, het gemaal ging uit en de sluizen voor inlaat en uitlaat van water werden geopend om de doorstroming mogelijk te maken. Deze bemaling van de buitenpolders werd ter plaatse door de belanghebbende boeren onder elkaar geregeld die daar belang bij hadden.