‘D´n diek is deurgebroken’


Door: Liesbeth Arts – van Casteren
Plaats: Overasselt
Thema: Leven met water
Periode: 20ste eeuw

Over de watersnoodramp in Overasselt en Nederasselt op oudejaarsdag 1925 zijn drie verhalen opgetekend van ooggetuigen die tijdens de dijkdoorbraak in Overasselt woonden. Zij waren toen respectievelijk 7, 5,5 en 5 jaar oud. Wat zij in 1925 niet wisten, was dat het water al dagenlang tot aan de kruin van de dijken stond als gevolg van sneeuw en hevige regenval eind december. Met oudjaar stond de zuidwestenwind pal op de kwetsbare dijk en het water sloeg een gat van honderd meter in de dijk tussen Overasselt en Nederasselt ter hoogte van boerderij ´t Roth. Pastoor van Riel was tijdens de vroegmis in Overasseltse kerk even na half acht met de parochianen bij het Evangelie. Voor hij er erg in had stroomde de kerk leeg en bleef achter met één misdienaar. Zij hoorden iemand roepen: “D´n diek is deurgebroken.” 

 

‘Ik meende dat mijn klompen kapot waren’ 

Ik zit tegenover Door Willems uit Niftrik, geboren in Overasselt op de Vogelzang. Zij staat nog midden in het leven, net zoals ze dat haar hele leven heeft gestaan. Want sinds haar trouwen in 1949 bestierde ze samen met Toon Willems de bakkerij annex winkel in Niftrik. Drie keer per week gaat ze kaarten. Tijd voor familie, haar kleinkind en een boek, bijvoorbeeld over geschiedenis vindt ze erg belangrijk. En met trots laat ze haar kleine tuin vol kleurige bloemen zien. Het wordt 2e pinksterdag om herinneringen aan de watersnoodramp op te halen, want ze weet nog goed wat er gebeurde op oudejaarsdag 1925 in Overasselt. Ze heeft het aan den lijve ondervonden. Nu geniet ze nog volop na van haar feest op 10 mei 2013 in Ottersum voor haar 95e verjaardag. 

Liesbeth Arts – van Casteren

”Ja het was oudjaar en ik was al een week op vakantie bij mijn oom en tante, samen met mijn zus Dien. Ik woonde zelf op De Vogelzang. Tante Door was mijn peettante. Zij woonde met  ome Tien Peters op Klein Sleeburg.  Dat was het huis op de Sleeburg waar later Tontje (Toon Gerrits) heeft gewoond. Maar die hebben toen een nieuw huis gezet. Mijn zus Dien is altijd blijven wonen bij tante Door en ome Tien. Eerst op Klein Sleeburg en later in  Ottersum , naar het café wat ze daar hadden. Nadat zij de naaischool had afgemaakt diende zij bij oom en tante. Dat was heel gewoon als men een groot gezin had.

Ik weet dat het al licht was. Samen met mijn zus Dien zagen we het water aankomen. Ik was zeven jaar. Zij was acht jaar ouder dan ik. Ik was zo blij dat zij er was. Het water kwam eraan rollen. Ik weet ´t nog goed. Het kwam van de Sleeburg af. Ik ben bij mijn zus achter op de rug gaan zitten, omdat ik natte voeten kreeg. Ik meende dat de klompen kapot waren. Maar dat was niet zo, maar dat water dat kwam gewoon de klompen in lopen, hè.

We konden niet blijven. Mijn zus moest toen naar een andere boer. Dat vond ik wel heel erg. Ik ging zelf met tante Door mee naar de herenboerderij van Van Eldonk. (Groot Sleeburg, zie afb.) Daar moesten we naar boven. Alles was nat, de klompen, maar ook de lange zwarte gebreide kousen. Toen moest ik daar slapen naast twee van die kleine jongens. Want onder stond alles onder water, in de kamer zo´n 60 cm hoog."

De Gelderlander. Op 31 december 1925 om half elf ´s morgens zijn de plaatsen Overasselt, Nederasselt, Balgoy, Wijchen en Heumen gedeeltelijk overstroomd. Alle laagliggende gebouwen waaronder Klein en Groot Sleeburg en het gemeentehuis staan voor een deel onder water en zijn niet meer te bereiken.

“Ik ben daar een paar weken geweest, denk ik, dat weet ik niet zo precies. Ja, daar zaten we dan boven en kreeg ik ´t heimwee. Ik vond het verschrikkelijk om met die twee kleine jongens in één bed te slapen. Dat vond ik toen het ergste. Betsie was er ook al niet. Zij was mijn vriendin en een dochter van Van Eldonk. Maar zij en de oudere kinderen waren allemaal al weg naar familie. Dus ik zat daar alleen met mijn tante en die kleine jongens dus en vader en moeder Van Eldonk, de vader en moeder. Ik weet niet meer of het koud was, daar boven. Er zullen wel kachels gestaan hebben. Hoe je de dagen doorkwam, weet ik ook niet. Veel speelgoed zullen we niet gehad hebben. Misschien stond dat ook wel onder water beneden”. 

Familie Gerrits, 1930, Door 12 jaar (links), Dien (2e rechts)Gelukkig kwam de boot met brood van de bakker, Piet Klabbers. Die schoof het brood door de bovenramen naar binnen bij de familie Van Eldonk. Op een gegeven ogenblik mocht ik met de bakker mee de boot in; We zijn met de boot naar de bakkerij gevaren en de knecht van de bakker heeft mij over de dijk naar huis op de Vogelzang gebracht. Wat was ik blij. Ja dat weet ik nog wel. Dat was wel iets aparts. Het stond allemaal blank hè. Ik weet niet meer of ik bang was. Ik was veel te blij dat ik in de boot mocht en ben samen met de knecht over de dijk naar huis gelopen. Ik was zó blij dat ik thuis was. 

De Gelderlander…..de weg naar Nijmegen over Hatert staat onder. De kerk en de school staan nog droog. Het vee wordt daar naar toe gedreven. De verbindingen tussen de dorpen zijn verbroken. Het water stijgt nog steeds. 

“Thuis op de Vogelzang was het helemaal droog. Ze hadden het vee uit voorzorg naar Malden gebracht, maar dat had niet gehoeven. ´Het vee is toen weer snel teruggehaald. Ik weet nog wel dat ze bij ons een dam hadden gemaakt naar de buren aan de linkerkant, naar Gerrit Duighuizen. Zo konden we naar elkaar toe. 

Ik geloof niet dat er thuis of op school nog veel over de watersnood werd gepraat. Dat kan ik me niet herinneren. Thuis hadden ze het ook nogal druk met 10 kinderen. Je leeft gewoon door. En je hoorde ook niet wat er allemaal in de andere dorpen gebeurde. Toen was er geen radio of iets. We hadden wel zaterdags een krant. Daar stond altijd zo´n mooi verhaal in over ´De huiskamer´. We zijn volgens mij weer gewoon naar school gegaan na de vakantie. Ik zat in de tweede klas bij meester Groenen. Die had de eerste, de tweede en de derde klas,in het rechtse schoollokaal in de school aan de Kasteelsestraat. Ik weet wel dat het kort daarop aan het vriezen is gegaan. Ik schaatste toen nog niet. Dat kwam pas later.”

De watersnood heeft voor de bewoners van Groot en Klein Sleeburg ingrijpende gevolgen gehad.  Peter van Eldonk is in 1927 met zijn familie naar Handel (gemeente Gemert) verhuisd, omdat het boeren niet echt zijn roeping was en de watersnood was de laatste druppel die hem tot dit besluit bracht. De familie Peters (familie van Door Gerrits) is in 1927 naar Ottersum verhuisd. 

 

´Bij ons bleef het dreug´  

Ik zit tegenover Piet Jansen. Veel mensen kennen hem ook als ´Piet de Bôn´. Hij is namelijk geboren op boerderij De Bonenhof aan de St. Walrickweg in Overasselt. Als je daar geboren en getogen was, dan was je er ´een, of inne van ´De Bôn´ of de ´Bônenhut´. Hij wordt 1 augustus 2013 93 jaar. Piet is een echte voetballiefhebber. De eerste afspraak die we maakten hebben we even uitgesteld omdat die samenviel met een wedstrijd van Jong Oranje. De wedstrijden van de Overasseltse Boys heeft hij altijd bezocht tot hij slechter ging zien. Piet woont nog helemaal zelfstandig in een huis(je) aan de Zilverbergweg en hij voelt zich nog redelijk gezond, maar hij klaagt toch wel over zijn ogen. Hij kan niet meer zo goed zien. De kinderen komen een keer per dag om zijn ogen te druppelen. Gelukkig kan hij nog wel televisie kijken. Hij is een opgeruimd en gezellig mens die geniet van zijn kinderen en kleinkinderen. Die wonen allemaal in of vlakbij Overasselt en helpen hem waar ze kunnen, want hij is al sinds 2003 weduwnaar. Voor mij is hij ´ome Piet van tante Coba´. Hij was namelijk getrouwd met een zus van mijn moeder, Coba van der Burgt. Aan de trouwdag met Coba hebben we ook herinneringen opgehaald. Hij kan zich dat feest nog herinneren als de dag van gisteren. Maar dat hoort bij een ander verhaal. Ook aan de watersnood heeft hij nog enkele herinneringen. Ik laat hem hierover aan het woord. 

Liesbeth Arts – van Casteren

“Ik was 5  jaar toen de watersnood kwam op oudejaarsdag 1925. Bij ons waren al drie kinderen geboren, waarvan ik de oudste ben. Ik ben van augustus 1920 en ons Anne van september ’21 en later kwam nog ons Marie. Wij woonden op De Bonenhof aan de St. Walrickweg. 

Ik weet me niet zoveel te herinneren. Wat me wel is bijgebleven, is dat wij het vee van Jilesen bij ons in de schuur hadden staan. En er kwamen ineens ook drie families bij ons wonen. Ome Herman Jansen, ome Jan Vink en Kobus Groenen. Die woonden op een rijtje op de Valenberg en daar stond het allemaal onder water. Ze kwamen met de vrouw en de kinderen bij ons in huis. Met hoeveel we toen waren, dat weet ik ook niet meer. Dat was natuurlijk wel heel druk bij ons. Een ander gezin, dat van Kobus Groenen is met zijn vrouw tante Let en de kinderen naar de Kleine Diervoort gegaan. 

De Bonenhof 1987, foto familie JansenWant bij de Bonenhof stond geen water. Dat was hoog en het bleef daar droog. Ik denk dat al die mensen toch wel een paar weken bij ons in huis hebben gezeten, want het water stond tot bij Den Heum. Die heette eigenlijk Jansen. Zij  woonden in zo´n wit huisje waar later Driek van Hout woonde (nu restaurant St. Walrick). Tot daar stond het water. Vanaf  Den Heum kon je gewoon naar Nijmegen, die was wel open. Den Heum had een winkeltje. Als je daar iets moest gaan halen, moest je je melden aan een klein raampje aan de zijkant. Dat werd open gemaakt en kon je je bestelling doen. Toen Driek van Hout er woonde kon je er Heldro ijs kopen.

Of ze nou zenuwachtig of in paniek waren bij ons thuis, dat weet ik me niet te herinneren. Ik was nog maar vijf jaar. Ik weet dat het druk was. Waar al die mensen sliepen, weet ik ook niet. Ik kan me wel herinneren dat we veel hebben gespeeld bij ons naast het huis in die grote zandberg. Er waren natuurlijk veel kinderen bij, zoals Wim van ome Herman en nog een paar andere jongens. Daar hebben we heel wat gegraven. Nou!”.

 

`We vonden het geen watersnood als er geen water in het huis kwam´

Sien van der Burgt, geboren op 27 december 1920 in Overasselt, weet zeker nog wat te vertellen over deze ramp en na één telefoontje weten we dat we bij een eerste bezoek meteen een interview kunnen opnemen. Ze weet zich de dingen van vroeger nog haarfijn te herinneren en te verwoorden. Ook toen het water kwam op oudejaarsdag, terwijl ze toen pas net 5 was geworden. Ondanks dat ze nu bijna 93 jaar is en zij al een paar keer aan haar hart is geopereerd, is ze weer bijna de oude en heel blij dat ze zichzelf weer kan verzorgen. Ze heeft in veel plaatsen in Nederland gewoond, waaronder Amsterdam en Moergestel. Nu is tante Sien al weer enkele jaren terug in het moederhuis van de zusters van Liefde in Tilburg. Ze woonde toen de dijk doorbrak met haar vader en moeder, Toon van der Burgt en Kee van Kuppenveld en met haar zusje van 10 Marie en broer Cornelis van 6 op De Bloemershof nr. 8 in Overasselt. Alleen het voorhuis stond onder water en de familie kon er blijven wonen. 

Liesbeth Arts – van Casteren

Sien vertelt:

“Ze zeiden dat het watersnood was toen er zoveel water kwam. Maar bij ons hadden ze voor de achterdeur een walletje gemaakt van zand en zandzakken, zodat het water niet de kamer in kon komen. Het water stond wel op de deel en de stal, maar niet in het huis. Dus vonden mijn broertje Knilles (Cornelis) die anderhalf jaar ouder was en ik het ook geen watersnood! Toen hebben we met stokjes in de zandzakken geprikt, zodat het water erdoor kon. Helaas, het water is niet in de kamer gekomen. 

Ik weet nog wel dat vader een toom met biggen in de kamer had gezet, omdat ze anders zouden kunnen verdrinken. Ze stonden in de huiskamer op een vloer met grijze plavuizen. Later, toen het water weg was, zagen we dat de varkens de hele vloer kapot hadden gemaakt. Er was niets meer van over. Dus kregen we een nieuwe planken vloer. 

Een deel van de andere varkens en koeien gingen naar de buurman verderop, naar Herman Hendriks. Daar was het hoger. Ze noemden hem ´Herman Kwartje´. Ik weet niet waarom hij zo werd genoemd. Een ander deel stond ergens anders op een ´hugt´, waar ze een kooi hadden getimmerd voor het vee. In ieder geval moest Vader ergens anders heen om de beesten te voeren. Ons Moeder zorgde voor de kippen. Zij voer dan op een ton door het water op de deel om bij de kippen te komen. Zo kon ze ze voeren en de eieren uithalen.

Wat ik ook nog goed weet is, is het verhaal dat ons Marie, mijn oudste zus, zei: ´Nu moet je toch eens kijken, ome Dorus (van Kuppenveld) doet toch zo gek. Hij loopt hard langs de fiets´. Hij gunde zich namelijk geen tijd om op de fiets te gaan zitten toen hij van Grad van Jupke naar Toon Peters liep om te gaan zeggen dat de dijk was doorgebroken.

Ons Moeder stapte ´s morgens in zo´n bootje om naar de kerk te gaan. Ze had nog zo tegen Vader gezegd dat hij thuis moest blijven, maar tijdens de preek zat er iemand te hoesten. Toen wist ze meteen dat hij toch in de kerk zat. Hij bleek op zijn paard toch door het water naar de kerk te zijn gegaan. 

Er werd later niet meer over het water gepraat, ik was ook nog maar vijf jaar. 

Als slachtoffers van de watersnoodramp kregen we nog een keer een grote kist met kleren. Ik moest een rode jurk aanpassen. Nou, die hing tot aan mijn voeten. En ik kreeg uit die kist ook nog een grijze jas en dat ding vond ik helemaal niet mooi. Als niemand ´t zag trok ik hem stiekem uit en ging  zonder jas naar school. ”

 

Oorzaken dijkdoorbraak

Heeft de dijkdoorbraak van 1925 de mensen overvallen? De laatste dijkdoorbraak in Nederasselt dateerde tenslotte van 1820. Ja een aantal mensen natuurlijk wel. Maar op bestuurlijk niveau niet, want tussen 1920 en 1925  is binnen de polderdistricten en met de gedeputeerde staten eindeloos vergaderd en gediscussieerd over het verhogen van de dijken. Dijkgraaf Bruysten besefte de noodzaak maar kon de Dijkstoel en hoofdgeèrfde Festen niet overtuigen. Festen sprak op 21 12 1925 Ík ga achter de dijk nog rustig liggen slapen. Tien dagen later stroomde het water 100 meter langs zijn bed met groot geweld Overasselt e.o. binnen. Op 16 januari 1926 is de dijk gedicht en het duurde nog tot na Pasen voor de grootste plassen van velden en wegen verdwenen waren.          

De Beerse overlaat was al op 30 december 1925 bij een waterstand van 10,86 m +NAP bij Grave in werking getreden. Deze overlaat zorgde voor een maximale waterpeilverlaging van bijna 20 centimeter. Tot 1922 werkte de Beerse overlaat bijna elk jaar, maar toch heeft men in dat jaar deze overlaat verhoogd om het Brabantse land tegen onderlopen te beschermen. Mensen als Van Heijningen van wie in 1986 het boek ‘Wee den vergetenen’. De watersnood van 1926 en de wederopbouw van Maas en Waal verscheen, zien het verhogen van deze overlaat als oorzaak van de dijkdoorbraak bij Nederasselt. Daardoor kreeg de Maas zelf immers meer water te verwerken, wat leidde tot hogere waterstanden benedenstrooms van de Beerse overlaat.

 

Bronnen: 

Dagblad Voorwaarts 2 januari 1926

De Gelderlander, 2 januari 1926, 30-12-10995

H. van Heiningen: Wee den vergetenen!, 1985 (de watersnood van 1926 en de wederopbouw van Maas en Waal, KNAG Utrecht, De Maas

Gerard Rooijakkers  Wim Kuijpers, André van Zuijlen, Gerard Broens,  Geschiedenis van de maasdorpen Overasselt, Nederasselt, Balgoij, Keent

W. Kuijpers, A. Theunissen en G. Rooijakkers, 1991 Een eeuwfeest rond Sint Antonius Abt Overasselt en Nederasselt 1891-1991

Werkgroep Historie Worsum, Bulletin nr. 7 april 2009, Huys Sleeburg